
Kijk om je heen; daar zijn de hemel en de aarde. Ze roepen luid dat ze gemaakt zijn, want ze veranderen en variëren. Wat er ook is dat niet gemaakt is, en toch bestaat, heeft niets in zich dat er niet eerder was. Dit hebben van iets dat nog niet bestaat, is wat het betekent om veranderd en gevarieerd te zijn. Hemel en aarde spreken aldus duidelijk dat ze zichzelf niet hebben gemaakt: “Wij zijn, omdat we zijn geworden zodat we onszelf konden hebben gemaakt!” En de stem die ze spreken is eenvoudig hun zichtbare aanwezigheid. Het was U, o Heer, die deze dingen maakte. U bent mooi; dus zijn ze mooi. U bent goed, dus zijn ze goed. U bent; dus zijn ze. Maar ze zijn niet zo mooi, noch zo goed, noch zo waarachtig echt als U, hun Schepper, bent.
St Augustinus
De Belijdenissen
